Oproep tot behoud Lord Nelson-locatie klinkt steeds luider

Huidige bebouwing Lord Nelson.jpgdonderdag 11 januari 2024 11:33

Het is de kop uit de Meppeler Courant van gisteren.

Het Cuypersgenootschap dat zich inzet voor het behoud van bouwkundig erfgoed, tekent net als Erfgoedvereniging Heemschut bezwaar aan bij het college van burgemeester en wethouders tegen de sloop van drie panden aan het Prinsenplein in Meppel. Het gaat daarbij om de zogenoemde Lord Nelson-locatie.

                

                                                                    Bouwtekening Lord Nelson locatie

DE PLANNEN VOOR NIEUWBOUW OP HET PRINSENPLEIN. ILLUSTRATIE GEMEENTE MEPPEL / B+O ARCHITECTEN

Het Cuypersgenootschap zet zich al langer in voor het behoud van historische gebouwen in Meppel. „Zo waren wij betrokken bij het behouden van het Klokkehuis, de LTS en de Zuiderschool”, zegt kunsthistoricus Norman Vervat. Hij ondersteunt het bestuur van het Cuypersgenootschap bij acties om panden te behouden.

Volgens Vervat staan in het rapport van Het Overzicht over de Lord Nelson-locatie een duidelijke waardenstelling en een duidelijk advies. Dat advies komt erop neer om het aangezicht van de gevelrij te behouden. „De toetsing van het bouwplan door de stadsbouwmeester rammelt op dat punt”, geeft Vervat aan.

Stadsbouwmeester

De rol van de stadsbouwmeester is in deze opvallend. Hij is aangesteld door hetzelfde Oversticht dat ook het waardestellend-onderzoek heeft uitgevoerd. Maar zijn conclusie gaat lijnrecht in tegen het advies uit dat onderzoek.

De aanstelling van de stadsbouwmeester is besproken in de gemeenteraadsvergadering van 1 juni 2023. Sterk Meppel (SteM) vroeg toen of de voorgedragen persoon affiniteit heeft met Meppel. „Aan Het Oversticht is de advisering gegund, mede op basis van de aanwezige plaatselijke kennis”, antwoordde wethouder Robin van Ulzen toentertijd.

Het Oversticht heeft die affiniteit zeker”, reageert Elisabeth Bakkenes van SteM. „Maar het is aan Het Oversticht om een stadsbouwmeester aan te stellen. En of deze persoon affiniteit met Meppel heeft weet ik niet.” De stadsbouwmeester die het bouwplan beoordeelde en daarover advies uitbracht heeft een bureau in Arnhem. Daarvoor werkte hij vooral in Breda, dus in het zuiden van het land. Bakkenes noemt de benoeming dan ook ‘heel teleurstellend’.

Ik denk wel dat er formeel juist is gehandeld”, zegt Gert Stam van de ChristenUnie (CU). „De panden hebben geen monumentale status, er is een waardestellend-onderzoek uitgevoerd en een beoordeling op basis van deze gegevens. Je ziet dan ook dat de stadsbouwmeester beoordeelt dat het plan ‘niet in strijd is met redelijke eisen van welstand’. Ik vraag me wel af waarom hij de aanbeveling in het waardestellend-onderzoek niet heeft meegenomen in zijn advies. Ik zou als college, zeker met deze uitkomst, een second opinion hebben gevraagd om vragen over affiniteit en de dubbele rol van Het Oversticht te voorkomen. Ik vraag me af of je als college genoegen moet nemen met deze technische benadering.

Zorgen

Bakkenes van SteM vindt met name het middelste pand in het plan niet passend. „De verhoging naar vier etages met een plat dak doet het hele beeld veranderen ook al schuift de laatste etage een stukje naar achteren. Het plan voldoet zo niet aan de aanbeveling van Het Oversticht dat maat, schaal en volume inclusief de beeldbepalende schildkappen behouden moeten worden. Je kunt je dus afvragen waarom de stadsbouwmeester ingestemd heeft met een plan dat tegen hun eigen aanbeveling ingaat. Op deze plek is een abstracte en eigentijdse vormgeving wat SteM betreft niet op zijn plaats.

Ook het Cuypersgenootschap uit zijn zorgen over het negeren van het advies uit het waardestellend-onderzoek. „Onduidelijk is of de stadsbouwmeester de kennis in huis heeft om de cultuurhistorische aspecten te beoordelen.”

Stam: „Formeel is er gehandeld volgens de instrumenten die er zijn, maar is er een resultaat dat het historische aspect onvoldoende laat terugkomen. Dat sluit aan bij mijn mening, dat er ook bij de eigenaar en de architect hart moet zijn voor de historie en de wil om het te behouden.

Je merkt aan alle kanten dat iedereen ongelukkig is met het resultaat, gaat Stam verder. „Ook wij. Kennelijk heeft het college toch niet de juiste instrumenten om een ontwerp met respect voor de historie af te dwingen op zo’n essentiële plek in Meppel. Het historisch karakter van Meppel is de verliezer. Goed dat er verenigingen en stichtingen met hart voor de historie zijn die alert en kritisch zijn en vanuit hun invalshoek zienswijzen indienen. Ook in 2024 is het hard nodig om als samenleving en gemeente samen op te trekken om het historisch karakter van Meppel niet verder verloren te laten gaan”, aldus Gert Stam. (MC M.Kolle)

« Terug